Eerste controleJuiste printer-, nozzle- en materiaalprofiel
VergelijkingDezelfde stringingtest met een bekende goede rol
Volgende stapVerander één instelling tegelijk
HET PROCES IN ÉÉN OOGOPSLAG
01Herken het signaalBepaal waar en wanneer het probleem optreedt
→
02Vergelijk gerichtVerander één factor per test
→
03Controleer resultaatHerhaal dezelfde proef na de aanpassing
HOOFDSTUK01
DIAGNOSE / 01

Kijk waar de draden beginnen

Draden tussen twee losse torens wijzen op materiaal dat tijdens een verplaatsing achterblijft. Een rafelige buitenwand met knetteren en kleine gaatjes geeft een ander aanknopingspunt: kijk dan ook naar de toestand van het filament. Een verdikking op steeds dezelfde plek kan bij de naad of de start van een extrusielijn horen.

Maak een kleine test met twee losse kolommen. Bewaar het bestand en noteer filament, nozzletemperatuur en profiel. Gebruik bij iedere vergelijking exact dezelfde geometrie; een ander model heeft andere verplaatsingen en maakt de uitkomst minder bruikbaar.

HOOFDSTUK02
DIAGNOSE / 02

Controleer eerst je profiel

Controleer of de slicer de juiste printer, nozzlediameter en het juiste materiaal gebruikt. Een profiel voor een direct-drive extruder past niet automatisch bij een Bowden-systeem. Neem de standaardwaarden van jouw printer als uitgangspunt.

Controleer ook op materiaal aan de buitenkant van de nozzle. Aangekoekte resten kunnen langs een print slepen. Reinig volgens de printerhandleiding en houd rekening met hete onderdelen. Stel retractie niet extreem hoog in om een onbekende oorzaak te maskeren.

HOOFDSTUK03
DIAGNOSE / 03

Splits vocht en instellingen uit elkaar

Print de test met een rol die bij dezelfde instellingen eerder goed werkte. Verdwijnen de draden, dan zit het verschil waarschijnlijk in materiaal of materiaalprofiel. Zijn er bij de verdachte rol ook plofjes of een schuimige extrusiedraad, dan is drogen volgens het filamentdatablad een logische vervolgstap.

Blijft de extrusie rustig en heb je vooral haren tussen de kolommen, onderzoek dan temperatuur en retractie afzonderlijk. Verlaag de nozzletemperatuur alleen binnen het bereik van de filamentfabrikant. Controleer naast minder draden ook laaghechting: een mooiere buitenkant is geen winst als de print zwakker wordt.

HOOFDSTUK04
DIAGNOSE / 04

Zo controleer je de oplossing

Herhaal na het drogen dezelfde test zonder tegelijk slicerinstellingen te veranderen. Fotografeer vóór en na in hetzelfde licht. Minder draden bij gelijke instellingen ondersteunt vocht als oorzaak, maar bewijst geen exacte hoeveelheid restvocht.

Geen verbetering? Ga terug naar het oorspronkelijke profiel en test één instelling per keer. Bij blijvende problemen met meerdere bekende goede rollen controleer je nozzle, materiaaltoevoer en het printerprofiel. Een dryer lost geen verstopte nozzle of verkeerde retractie op.

Verder lezen
  • Zie belletjes tijdens extrusie? Controleer ook de diagnose voor belletjes.
  • Gebruik de droogtabel als startpunt en controleer daarna het exacte filamentdatablad.
BRONNEN & VERANTWOORDING

Verder controleren

Technische waarden kunnen per productformule verschillen. Daarom verwijzen we naar fabrikantdocumentatie en blijft het datablad van jouw specifieke filament leidend.